Voorbereiding: toets: Thema 3: Taaldenken

Je moet het onderwerp in een zin kunnen aanduiden.   Wie/wat doet het?
Je moet de rest van de zin kunnen aanduiden.
vb   Ik   /   kan een ijsje eten.
onderwerp    rest van de zin
 
Je moet de persoonsvorm in de zinnen kunnen aanduiden.  Ja /nee vraag stellen: eerste woord:pv
vb  Ik kan een ijsje eten.   Kan ik een ijsje eten?
 
Je moet weten dat een onomatopee een klanknabootsing is.
Je moet synoniemen kunnen geven voor de woorden van thema 3. 
Een synoniem is een ander woord met dezelfde betekenis.
 
Je hebt hiervoor je blad met woorden van thema 3 nodig!