Voorbereiding: Toets: Werkwoord-zelfstandig en bijvoeglijk nw-lidwoord

Hoe vind je een lidwoord,bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord?

 bijv.nw 1:oefening 1    

 bijv.nw 2:oefening 2

bijv.nw 3:oefening 3

zelfst.nw.:oefening 1

zelfst. nw 2:oefening 2 

zelfst.nw. 3:oefening 3

Woordsoorten:lidwoord-werkwoord-zelfstandig nw-bijvoeglijk nw:

Oefening 1-       oefening 2

Leuke oefeningen op woordsoorten

 

Wat is een werkwoord?

Persoonsvorm herkennen

De persoonsvorm (pv) vind je door een ja/nee-vraag te maken.

Het werkwoord dat vooraan in de zin staat is dan de persoonsvorm.

De persoonsvorm is de vorm dat het werkwoord aanneemt aan het onderwerp. 

Bijvoorbeeld:

Dat / is / de Playstation 4 van Timo. //

Is / dat / de Playstation 4 van Timo? //

Je / hebt / mijn nieuwe smartphone / al / gezien. //

Heb / je / mijn nieuwe smartphone / al / gezien? //

Ik zit nog boordevol energie.

Zit ik nog boordevol energie?

De persoonsvorm staat dus ALTIJD vooraan in de zin bij een ja/nee-vraag.

Oefeningen

1)  Maak een ja/nee-vraag

2)  Zoek de persoonsvorm

 

Hoe zoek je het onderwerp?    (2)   

Onderwerp 1

Onderwerp 2

Onderwerp 3